de voorbereiding

preparation

de of het?

de

In een echte zin

  • “Louis van Gaal doet het nog vroeger in de week, voor voorbereiding, focus en visualisatie”Uit dit artikel →
  • “Een officier zegt dat de operatie maanden in voorbereiding is en dat de datum al weken vaststaat.”Uit dit artikel →
  • “De maatregel geldt voor landen die militairen naar Groenland sturen als voorbereiding op een NAVO-missie.”Uit dit artikel →

Bewaar dit woord en oefen het later.

Zoek een ander woord