volproppen

to gorge oneself

Stamtijden

Verleden tijd (imperfectum)
propte vol
Voltooid deelwoord (perfectum)
volgepropt
Hulpwerkwoord
hebben

In een echte zin

  • “Ieder jaar kijken miljoenen mensen naar de livestream van beren die zich volproppen met vis.”Uit deze video →

Bewaar dit woord en oefen het later.

Zoek een ander woord