
vluchten
to flee, flight
Ook gebruikt als: noun
Vormen die je tegenkomt
- gevlucht
- gevluchte
- moesten vluchten
- op de vlucht zijn
- sloegen op de vlucht
- vlucht
- vluchte
- vluchten
- vluchten weg
- vluchtte
- vluchtten
Betekenis
- to flee
- flight
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- vluchtte
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- gevlucht
- Hulpwerkwoord
- zijn
In een echte zin
- “Je moet niet zo willen vluchten, van dit is het leven.”Uit deze video →
- “dat de dieren vluchten omdat ze die toch wel afschuwelijke herri horen.”Uit deze video →
- “Begin 2024 vluchte ze met haar zusje en moeder naar Nederland”Uit deze video →
Bewaar dit woord en oefen het later.