verlopen
to take place, to expire, to go, expired, to proceed
Ook gebruikt als: adjective
Vormen die je tegenkomt
- verliep
- verloopt
- verlopen
Betekenis
- to take place
- to expire
- to go
- expired
- to proceed
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- verliep
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- verlopen
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “De stembusgang verloopt in drie fases; sommige regio’s stemmen op 11 en 25 januari.”Uit dit artikel →
- “Het huidige akkoord tussen de VS en Rusland verloopt vandaag, en er is geen overleg over verlenging gepland.”Uit dit artikel →
- “en zegt dat het bezoek zonder incidenten verliep.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.