verblijven
to stay, stayed
Vormen die je tegenkomt
- verbleef
- verbleven
- verblijft
- verblijven
Betekenis
- to stay
- stayed
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- verbleef
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- verbleven
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Waar hij verblijft, is onbekend; het ministerie zegt dat hij zijn oorspronkelijke straf verder uitzit.”Uit dit artikel →
- “Een 42-jarige man zegt tegen DPA dat hij de hele nacht de middenpaal vasthield; hij verbleef daar met zijn vrouw en vijf kinderen.”Uit dit artikel →
- “De Gezondheidsraad pleit voor maatregelen en wil dat niemand langdurig binnen 1 kilometer verblijft”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.