vastzitten
to be stuck, to be detained, to be trapped, to be tied to, to be imprisoned
Vormen die je tegenkomt
- kwamen vast te zitten
- vast
- vast komen te zitten
- vast te zitten
- vast zat
- vast zitten
- vastgezeten
- vastzat
- vastzit
- vastzitten
- vastzittende
- zat vast
- zit nog vast
- zit vast
- zitten nog vast
- zitten vast
Betekenis
- to be stuck
- to be detained
- to be trapped
- to be tied to
- to be imprisoned
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- zat vast
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- vastgezeten
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Voor het strand bij Duitsland kwam de walvis drie keer vast te zitten.”Uit deze video →
- “Omar Elshal, 33 jaar, zit al bijna negen maanden vast in Egypte.”Uit dit artikel →
- “Er zitten nu veel mensen vast op het vliegveld.”Uit deze video →
Bewaar dit woord en oefen het later.