vastlopen

to get stuck, to run aground, to jam, to stall, to come to a standstill

Vormen die je tegenkomt

  • liep kort vast
  • liep vast
  • loopt vast
  • lopen vast
  • vast komt te lopen
  • vast te lopen
  • vast te zitten
  • vastgelopen
  • vastliepen
  • vastloop
  • vastloopt
  • vastlopen

Betekenis

  • to get stuck
  • to run aground
  • to jam
  • to stall
  • to come to a standstill

Stamtijden

Verleden tijd (imperfectum)
liep vast
Voltooid deelwoord (perfectum)
vastgelopen
Hulpwerkwoord
hebben

In een echte zin

  • “De Dutch Melody liep gisteren even vast in de geul in Keulen”Uit dit artikel →
  • “Dat de bodem van de veerboot plat is, is belangrijk, want dan kan hij hoog op het water blijven drijven. En als alle voertuigen netjes verspreid zijn, dan is er precies genoeg ruimte tussen de bodem van de veerboot en het zand. Maar als al het gewicht aan één kant komt te zitten, dan komt de veerboot schuin te liggen. En in een ondiepe zee als de Waddenzee kan dat genoeg zijn om vast te lopen.”Uit deze video →
  • “Om ervoor te zorgen dat die machine niet vastloopt, moet hij goed geolied zijn.”Uit deze video →

Bewaar dit woord en oefen het later.

Zoek een ander woord