vasthouden
to hold, to detain, to hold on to, to hold back, to stick to
Vormen die je tegenkomt
- hield vast
- hield vast aan
- hou elkaar vast
- houden ze dat vast
- houdt hem nog twee weken vast
- houdt hem vast
- houdt hen vast
- houdt het nu vast
- houdt vast
- vast te houden
- vastgehouden
- vasthield
- vasthouden
- vasthoudt
- vasthoudt aan
Betekenis
- to hold
- to detain
- to hold on to
- to hold back
- to stick to
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- hield vast
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- vastgehouden
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Máxima zei dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn en riep op: hou elkaar vast.”Uit dit artikel →
- “De RSF gebruikt snelle pick-ups en wil gebieden in Darfur vasthouden.”Uit dit artikel →
- “De politie houdt hen meer dan 12 uur vast, omdat hun paspoort geen Israelische stempel heeft.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.