
uitzetten
to deploy, to switch off, to turn off, to deactivate, to expand
Vormen die je tegenkomt
- uit te zetten
- uitgezet
- uitzet
- uitzetten
- zet de dienst uit
- zet het uit
- zet uit
- zette uit
- zetten uit
- zetten ventilatie uit
Betekenis
- to deploy
- to switch off
- to turn off
- to deactivate
- to expand
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- zette uit
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- uitgezet
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Het schip zette 26 satellieten uit voor het Starlink-netwerk.”Uit dit artikel →
- “Starship zet 26 Starlink-satellieten uit.”Uit dit artikel →
- “Negentien fonteinen in Amsterdam worden per direct uitgezet vanwege poepbacterie.”Uit deze video →
Bewaar dit woord en oefen het later.