uitzenden
to broadcast
Vormen die je tegenkomt
- uitgezonden
- zenden uit
- zendt uit
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- zond uit
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- uitgezonden
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “De aflevering werd in oktober 2024 in het VK uitgezonden en niet in de VS”Uit dit artikel →
- “De NOS zendt vanaf 10.30 uur een livestream uit; rond 13.00 uur is er een persconferentie.”Uit dit artikel →
- “NOS zendt het live uit vanaf 12.55 uur op tv en online.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.