uitwijken
to divert, to move, to relocate
Vormen die je tegenkomt
- uitweken
- uitwijken
- week naar uvira uit
- week uit
- wijken uit
Betekenis
- to divert
- to move
- to relocate
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- week uit
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- uitgeweken
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Aankomende vluchten worden omgeleid naar Oostende-Brugge, Lille en Charleroi; enkele toestellen wijken uit naar Schiphol en Eindhoven.”Uit dit artikel →
- “Het provinciebestuur week naar Uvira uit nadat Bukavu in februari viel.”Uit dit artikel →
- “Een Lufthansa vlucht week uit naar Egypte”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.