
uitslaan
to burst out
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- sloeg uit
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- uitgeslagen
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “De brandweer meldde rond 02.15 uur dat de vlammen uit het pand sloegen.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.