
uitschakelen
to switch off, to eliminate, to disable, to be eliminated, to take out
Ook gebruikt als: noun
Vormen die je tegenkomt
- is uitgeschakeld
- schakelde uit
- schakelen hem uit
- schakelen uit
- schakelt internet uit
- schakelt uit
- uit te schakelen
- uitgeschakeld
- uitschakelde
- uitschakelen
- uitschakeling
Betekenis
- to switch off
- to eliminate
- to disable
- to be eliminated
- to take out
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- schakelde uit
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- uitgeschakeld
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Z Cert waarschuwde zorginstellingen en adviseerde systemen uit te schakelen.”Uit dit artikel →
- “Zoveel mogelijk tegenstanders uitschakelen en zelf zo lang mogelijk in leven blijven.”Uit deze video →
- “Het doel zoveel mogelijk tegenstanders uitschakelen en zelf zo lang mogelijk overleven.”Uit deze video →
Bewaar dit woord en oefen het later.