uitrusten
to rest, to equip
Vormen die je tegenkomt
- uit te rusten
- uitgerust
- uitrusten
Betekenis
- to rest
- to equip
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- rustte uit
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- uitgerust
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “En groep 8 is lekker uitgerust na zes weken zomervakantie.”Uit deze video →
- “Maar wacht, als bonus is de karacopter uitgerust met de externet rocket.”Uit deze video →
- “We hebben deze trap uitgerust met een trolltap met traptol technologie.”Uit deze video →
Bewaar dit woord en oefen het later.