uitlachen

to laugh at

Vormen die je tegenkomt

  • lachen uit
  • uitlachen

Stamtijden

Verleden tijd (imperfectum)
lachte uit
Voltooid deelwoord (perfectum)
uitgelachen
Hulpwerkwoord
hebben

In een echte zin

  • “Mike droomt nog niet hardop van de Spelen, en zegt dat zijn collega’s op kantoor hem uitlachen.”Uit dit artikel →
  • “Mike zegt dat zijn collega’s op het boekhoudkantoor hem uitlachen om zijn olympische plan.”Uit dit artikel →
  • “Schelden, roddelen, nepfoto's en stickers sturen, uitlachen of anderen buitenluiten of blokkeren.”Uit deze video →

Bewaar dit woord en oefen het later.

Zoek een ander woord