
uitlachen
to laugh at
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- lachte uit
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- uitgelachen
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “versturen, uitlachen of anderen buiten sluiten of blokkeren.”Uit deze video →
Bewaar dit woord en oefen het later.