
uitkomen
to come true, to amount to, to suit, to turn out, to be released
Vormen die je tegenkomt
- is uitgekomen
- komen uit
- komt nu uit op
- komt uit
- komt uit op
- kwam uit
- kwam uit voor
- uitgekomen
- uitkomen
- uitkomt
- uitkwam
Betekenis
- to come true
- to amount to
- to suit
- to turn out
- to be released
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- kwam uit
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- uitgekomen
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Ja, was eigenlijk zeg maar een soort van een droom een beetje die uitkomt om mijn eerste wedstrijd te hebben gewonnen.”Uit deze video →
- “De inflatie komt in september uit op 3,4 procent, tegen 3,3 procent in augustus.”Uit dit artikel →
- “Ellen van Dijk verwacht dat Vollering het best uitkomt wanneer het peloton moe is en de ploeg voor haar werkt.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.