uitkomen
to face each other, to come from, to come out, to end up, to come true
Vormen die je tegenkomt
- is uitgekomen
- komen uit
- komt nu uit op
- komt uit
- komt uit op
- kwam uit
- kwam uit voor
- uitgekomen
- uitkomen
Betekenis
- to face each other
- to come from
- to come out
- to end up
- to come true
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- kwam uit
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- uitgekomen
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “President Gabriel Boric maakte bekend dat Jara en Kast daarin tegen elkaar uitkomen.”Uit dit artikel →
- “Het geld komt uit Russisch geld dat de EU vastzet sinds 2022.”Uit dit artikel →
- “Dat blijkt uit een onderzoek dat vandaag is uitgekomen.”Uit deze video →
Bewaar dit woord en oefen het later.