uitjoelen
to boo
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- joelde uit
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- uitgejoeld
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Hij sprak kort met journalisten in New York, bij game 3 van de NBA-finale tussen de New York Knicks en de San Antonio Spurs. Veel fans joelden hem uit.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.