uitgaan
to assume
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- ging uit
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- uitgegaan
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “In hun auto werd een IS-vlag aangetroffen en onderzoekers gaan uit van trouw aan IS.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.