uitbraken

to break out

Stamtijden

Verleden tijd (imperfectum)
braakte uit
Voltooid deelwoord (perfectum)
uitgebraakt
Hulpwerkwoord
hebben

In een echte zin

  • “Vandaag braken op minstens zes plekken natuurbranden uit in Nederland.”Uit dit artikel →

Bewaar dit woord en oefen het later.

Zoek een ander woord