het tweeluik
diptych
de of het?
hetIn een echte zin
- “Bij het grofvuil zag hij een oud tweeluik met het interieur van de Nieuwe Kerk.”Uit dit artikel →
- “Het teruggevonden werk is een tweeluik met het interieur van de Amsterdamse Nieuwe Kerk, geschilderd door Hendrick van der Burgh, 1627-1664.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.