treuzelen
to dawdle
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- treuzelde
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- getreuzeld
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Orbán en de Slowaakse premier Fico Kyiv juist van treuzelen bij de reparatie beschuldigden.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.