
treffen
to face, to meet, to hit, to affect, to reach
Ook gebruikt als: adjective
Vormen die je tegenkomt
- getroffen
- treffen
- treft
- trof
- troffen
- werd getroffen
- werd zwaar getroffen
- wordt getroffen
Betekenis
- to face
- to meet
- to hit
- to affect
- to reach
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- trof
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- getroffen
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Nederland treft in de bronzen wedstrijd Groot Brittannië.”Uit dit artikel →
- “Zverev bereikt bij US Open derde grandslamfinale op rij en treft Shelton”Uit dit artikel →
- “In 2025 troffen ze elkaar drie keer, in Stuttgart, Cincinnati en Turijn”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.