de toeschouwer
spectator
de of het?
deIn een echte zin
- “Het stadion zat met bijna 30.000 toeschouwers vol.”Uit dit artikel →
- “Ongeveer 80.000 toeschouwers worden verwacht in het dorp met circa 1.200 inwoners.”Uit dit artikel →
- “Langs de Via Gladiola staan duizenden toeschouwers met gladiolen.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.