tekortkomen
to fall short
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- kwam tekort
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- tekortgekomen
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “kopers met een modaal inkomen ruim €100.000 tekortkomen voor een hypotheek”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.