tegenvallen
to disappoint, disappointing, to fall short
Ook gebruikt als: adjective
Vormen die je tegenkomt
- tegenvallend
- tegenvallende
- tegenvalt
- valt tegen
Betekenis
- to disappoint
- disappointing
- to fall short
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- viel tegen
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- tegengevallen
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Analist Jelmer Schreurs wijst op reserves na drie goede jaren, maar waarschuwt voor problemen als volgend jaar weer tegenvalt.”Uit dit artikel →
- “Volgens analist Jelmer Schreurs hebben akkerbouwers reserves na drie sterke jaren, maar als volgend jaar tegenvalt, wordt het spannend.”Uit dit artikel →
- “Eleveld is sinds enkele maanden buiten gebruik vanwege tegenvallende opbrengsten,”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.