sprokkelen
to gather
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- sprokkelde
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- gesprokkeld
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Op de Col de la Faucille, de zwaarste klim van de dag, en op de Côte de Lajoux en Col de la Savine sprokkelt Puck Pieterse genoeg punten voor de bergtrui.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.