sproeien
to spray, to water, to sprinkle, to irrigate, spraying
Ook gebruikt als: noun
Vormen die je tegenkomt
- gesproeid
- sproei
- sproeien
- sproeit
Betekenis
- to spray
- to water
- to sprinkle
- to irrigate
- spraying
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- sproeide
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- gesproeid
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “De afgelopen dagen hebben ze hier telkens een laagje water eroverheen gesproeid totdat zo’n drie centimeter ijs lag.”Uit deze video →
- “Een zuinige douche of minder tuin sproeien helpt.”Uit dit artikel →
- “Huishoudens gebruiken ruim twee derde; zuinige douches en minder sproeien helpen.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.