sproeien
to spray, spraying, to irrigate, to water, to sprinkle
Ook gebruikt als: noun
Vormen die je tegenkomt
- gesproeid
- sproei
- sproeien
- sproeit
Betekenis
- to spray
- spraying
- to irrigate
- to water
- to sprinkle
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- sproeide
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- gesproeid
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Boeren sproeien bermen nat met tractoren en watertanks.”Uit dit artikel →
- “De bond meldt dat droogte geen probleem vormt, dankzij opslag in bassins en hergebruik bij het sproeien.”Uit dit artikel →
- “De organisatie sproeit de velden met eigen water uit bassins.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.