splijten

to split

Stamtijden

Verleden tijd (imperfectum)
spleet
Voltooid deelwoord (perfectum)
gespleten
Hulpwerkwoord
hebben

In een echte zin

  • “Na rust gaf Pedri een splijtende pass en Raphinha maakte in de 57e minuut de 3-0.”Uit dit artikel →

Bewaar dit woord en oefen het later.

Zoek een ander woord