schitteren
to shine
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- schitterde
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- geschitterd
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “In 2026 schitterde Mathieu van der Poel in Parijs.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.