het schip

ship

de of het?

het

Vormen die je tegenkomt

  • schepen
  • schip

In een echte zin

  • “Morgen varen schepen op de IJssel maar één kant door laag water”Uit dit artikel →
  • “Daar plaatsen medewerkers het schip op een draagconstructie, die begin volgende maand op een ponton terug naar Lelystad gaat.”Uit dit artikel →
  • “In die tijd vertrekken geen schepen en komen er geen schepen aan.”Uit dit artikel →

Bewaar dit woord en oefen het later.

Zoek een ander woord