
roken
to smoke
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- rookte
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- gerookt
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Een jaar eerder rookt een powerbank in een rugzak op een KLM vlucht uit Brazilië naar Amsterdam.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.