rijden
to drive
Vormen die je tegenkomt
- rijden
- rijdt
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- reed
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- gereden
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “De auto heet Stella Juva en rijdt op energie van de zon.”Uit dit artikel →
- “In Nunspeet rijdt op maandagavond een vrouw van 56 met haar auto in op een groep mensen”Uit dit artikel →
- “De groep rijdt uren met SUV’s naar de grens bij Astara.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.