rekenen
to calculate, to charge, to count, arithmetic, to expect
Ook gebruikt als: noun
Vormen die je tegenkomt
- gerekend
- rekenen
- rekent
- rekent op
Betekenis
- to calculate
- to charge
- to count
- arithmetic
- to expect
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- rekende
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- gerekend
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “In totaal rekent het UWV 52.000 uitkeringen opnieuw.”Uit dit artikel →
- “Landen in de EU rekenen vanaf november 2 euro extra per pakketje van buiten de EU.”Uit dit artikel →
- “Bondscoach Koos Moerenhout keek mee vanuit Canada, waar de WK plaatsvinden, en rekent Van der Poel tot de favorieten.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.