overtuigen
to convince
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- overtuigde
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- overtuigd
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Virgil van Dijk, 35, en topscorer Memphis Depay, 32, moeten Xavi overtuigen.”Uit dit artikel →
- “Hij wil kiezers overtuigen dat de economie vooruitgaat.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.