overleven
to survive, survivor
Ook gebruikt als: noun
Vormen die je tegenkomt
- overleef
- overleefd
- overleefden
- overleeft
- overleven
- overlevende
- overlevenden
Betekenis
- to survive
- survivor
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- overleefde
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- overleefd
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Twee andere kinderen raakten gewond maar overleefden.”Uit dit artikel →
- “De landen zeggen dat de kans op overleven klein is.”Uit dit artikel →
- “Dokters willen standaard testen bij doden en bij mensen die het overleven.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.