overkomen
to happen to
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- kwam over
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- overgekomen
- Hulpwerkwoord
- zijn
In een echte zin
- “Het overkomt iedere fietsende Nederlander gemiddeld één keer in zijn leven een flinke smak maken met de fiets.”Uit deze video →
Bewaar dit woord en oefen het later.