opstapelen
to pile up, to accumulate
Vormen die je tegenkomt
- stapelt op
- stapelt zich op
Betekenis
- to pile up
- to accumulate
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- stapelde op
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- opgestapeld
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “De nieuwe sanctie stapelt op eerdere EU-boetes: in juli bijna 900 miljoen euro voor beperkingen rond aankopen buiten Google, en daarnaast is de boete uit 2018 van 4,1 miljard euro na procedures definitief verschuldigd.”Uit dit artikel →
- “De Sloveen rijdt er sinds 2019 en stapelt zeges op, met een vijfde Tourzege in 2026...”Uit dit artikel →
- “Volgens Samantha Burgess van ECMWF stapelt de hitte zich op terwijl het klimaat opwarmt.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.