oproepen
to summon, to call for, to call on, to urge, to elicit
Vormen die je tegenkomt
- opgeroepen
- opriep
- opriepen
- oproepen
- oproept
- riep op
- roepen op
- roept op
Betekenis
- to summon
- to call for
- to call on
- to urge
- to elicit
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- riep op
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- opgeroepen
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Minister Berendsen roept de Russische ambassadeur op het matje.”Uit dit artikel →
- “President Zelensky riep op tot extra internationale druk en nieuwe sancties tegen de Russische energiesector.”Uit dit artikel →
- “De luchtmacht meldde inzet van raketten en drones en riep bewoners op te schuilen”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.