opplakken
to stick on
Vormen die je tegenkomt
- opgeplakt
- opplakken
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- plakte op
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- opgeplakt
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Al dit groente en fruit. Ja, dat zit er gewoon opgeplakt.”Uit deze video →
- “Hier heb je bijvoorbeeld eentje. Dan kan je die dan opplakken.”Uit deze video →
Bewaar dit woord en oefen het later.