oplopen

to incur, to sustain, to rise, to increase, increasing

Ook gebruikt als: adjective

Vormen die je tegenkomt

  • is opgelopen
  • liep op
  • liepen op
  • loop je een blauwtje op
  • loopt op
  • loopt snel op
  • loopt verder op
  • loopt vertraging op
  • lopen op
  • op te lopen
  • opgelopen
  • opliep
  • oploopt
  • oplopen
  • oplopend
  • oplopende

Betekenis

  • to incur
  • to sustain
  • to rise
  • to increase
  • increasing

Stamtijden

Verleden tijd (imperfectum)
liep op
Voltooid deelwoord (perfectum)
opgelopen
Hulpwerkwoord
hebben

In een echte zin

Bewaar dit woord en oefen het later.

Zoek een ander woord

oplopen in het Nederlands - SnapHet