de ophef
fuss, uproar
de of het?
deBetekenis
- fuss
- uproar
In een echte zin
- “Hij zit op tv met een zwarte maillot over zijn hoofd en de ophef gaat ergens anders over.”Uit deze video →
- “Ondanks ophef over een D66 kandidaat zei hij deze week: "Niemand doet iets foutloos" en ging hij door met de formatie.”Uit dit artikel →
- “Ophef na mishandeling kinderen, minister-president op bezoek Caribisch gebied, WK sjoelen in Drenthe”Uit deze video →
Bewaar dit woord en oefen het later.