opgroeien

to grow up

Vormen die je tegenkomt

  • groeide op
  • groeien op
  • groeit op
  • opgegroeid
  • opgroeide
  • opgroeien
  • opgroeit

Stamtijden

Verleden tijd (imperfectum)
groeide op
Voltooid deelwoord (perfectum)
opgegroeid
Hulpwerkwoord
zijn

In een echte zin

  • “Ze groeide op in Amsterdam, zat van 1988 tot 1994 op het Barlaeus en studeerde psychologie aan de UvA.”Uit dit artikel →
  • “Ze groeit op in Amsterdam en studeert psychologie aan de UvA.”Uit dit artikel →
  • “Dan koop je een big en die zie je dan opgroeien”Uit deze video →

Bewaar dit woord en oefen het later.

Zoek een ander woord