
luiden
to sound, to read
Betekenis
- to sound
- to read
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- luidde
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- geluid
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Want PostNL luidt, luidt vandaag weer eens de noodklok.”Uit deze video →
- “De andere kwartfinale luidt Frances Tiafoe tegen Alex Michelsen.”Uit dit artikel →
- “Rode Kruis luidt de noodklok, steeds minder hulpgoederen bereiken Gaza”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.