kwijtraken
to lose, lost
Vormen die je tegenkomt
- kwijtgaakt
- kwijtgeraakt
- kwijtraakten
- raakt kwijt
- raakte kwijt
- raken kwijt
Betekenis
- to lose
- lost
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- raakte kwijt
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- kwijtgeraakt
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Plaatsvervangend commissaris Graham Doyle zegt dat gebruikers vaak niet wisten dat hun locatie voor advertenties werd ingezet, waardoor zij de regie over hun persoonlijke data kwijtraakten.”Uit dit artikel →
- “Het toernooi raakte op één dag drie toppers kwijt, want ook de Canadees Felix Auger Aliassime moest afhaken door een rugblessure.”Uit dit artikel →
- “Sigrid Haugset verliest 3.05 en raakt het geel kwijt.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.