kronen
to crown
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- kroonde
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- gekroond
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Katja Stam en Raïsa Schoon kroonden zich in Stare Jablonki tot Europees kampioen beachvolleybal.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.