het koppel
pair
de of het?
hetVormen die je tegenkomt
- koppel
- koppels
In een echte zin
- “Vrijdag en zaterdag zijn er partijen in koppels, zondag volgen twaalf singles.”Uit dit artikel →
- “Vrijdag en zaterdag spelen de vrouwen in koppels.”Uit dit artikel →
- “maar het Chinese koppel Li en Wang is daar te sterk.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.