
kloppen
to be correct, to beat, to knock
Vormen die je tegenkomt
- kloppen
- kloppende
- klopt
- klopte
- klopten
Betekenis
- to be correct
- to beat
- to knock
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- klopte
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- geklopt
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Agenten telden het bedrag twee keer en alles klopte met een briefje in de tas.”Uit dit artikel →
- “In 52.000 dossiers wordt opnieuw gerekend, omdat bedragen soms niet klopten in 2020 tot 2024.”Uit dit artikel →
- “De 29-jarige Nederlandse klopte na 180,1 kilometer in de sprint de Poolse Kasia Niewiadoma”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.