
klokken
to clock, to time
Vormen die je tegenkomt
- klokt
- klokten
Betekenis
- to clock
- to time
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- klokte
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- geklokt
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Max Verstappen klokt de snelste tijd in de kwalificatie op Sepang in Maleisië en verzekert zich van poleposition.”Uit dit artikel →
- “Bij de mannen wint Jamal Kiprono. Hij klokt 46.12 minuten.”Uit dit artikel →
- “In de mannen vier-zonder klokten Lennart van Lierop, Gert Jan van Doorn, Eli Brouwer en Rik Rienks 06.24,10, net voor Duitsland.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.