kapotgaan
to get damaged
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- ging kapot
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- kapotgegaan
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Het huis van een man en een vrouw gaat kapot.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.