de huurder
tenant
de of het?
deVormen die je tegenkomt
- huurder
- huurders
In een echte zin
- “Nu wil hij weer terug naar zijn huis in Almere maar het probleem is dus: de huurder wil niet weg.”Uit deze video →
- “Baggeren kost tienduizenden euro en huurders moeten dat betalen, zegt Renkum.”Uit dit artikel →
- “Huurders betalen voor de plek.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.